Verheugd deelde F mij mee dat hij nu wist ‘hoe het zat’. Hij had de boel opgegoogled en zekerheid verkregen. Dat stemde hem tevreden en maakte hem blij.
Geen mens weet ooit iets zeker. Zelfs een volledig en consistent axiomatisch systeem voor de wiskunde is onmogelijk, zoals al in 1931 aangetoond door Gödel. Kennis is, afgezien van een beetje meten is een beetje weten en een partij tot nader order geldende causaliteitsaannames, vooral een kwestie van interpretatie – en dus menselijk giswerk.
We kunnen wel modellen bedenken, verhalen creëren, systemen ontwerpen om greep te krijgen op de chaos die de kosmos is – en die bedenksels kunnen ons uitstekend ter wille zijn bij het leefbaar maken van ons leven – maar laten we onszelf toch alsjeblieft niet wijsmaken dat we werkelijke, diepere, fundamentele kennis hebben. Die zelfgenoegzaamheid zou ons beletten opnieuw te beginnen als dat nodig is. Ons leven komt tot stilstand als we weten ‘hoe het zit’. Ons verstand zou niet meer zijn dan een roerloze lepel, rechtop staand in een pot met koud geworden brij.
Stook het vuurtje op. Weet niets. Blijf nieuwsgierig, ook naar het onaannemelijke. Blijf roeren. Hou de pap warm.
