
Volgens Willem Frederik Hermans, een van de zogenoemde “grote drie” in de Nederlandse literatuur in de tweede helft van de 20e eeuw, is de mens een chemisch proces. Hij stelde dat bewustzijn, wil en hoop slechts manifestaties zijn van het mechanisme van moleculaire beweging, waardoor de mens weerloos, machteloos en vervangbaar is. Idealisme en metafysica: in de prullenbak ermee. Alleen de exacte wetenschap heeft recht van spreken.

Dick Swaab, met zijn ‘Wij zijn ons brein’, trekt vanuit de neurobiologie een vergelijkbare conclusie: er is geen plek voor metafysica of idealisme – een mens wordt volledig bepaald door interne en externe prikkels die neuronen activeren waardoor deze prikkels omgezet worden in gevoelens, handelingen en gedachten. Alles wat we voelen, doen en denken vindt zijn oorsprong in onze hersenen. Wij zijn letterlijk ons brein.
Ik heb grote bewondering voor de ‘zanger van de wrok’ en de ‘mislukkingskunstenaar’ die Hermans is. Hij heeft een paar literaire meesterwerken op zijn naam die ik keer op keer kan lezen zonder het leesplezier te verliezen. Zijn nihilistische visie deel ik niet, maar ik word er wel door gestimuleerd. Grote bewondering heb ik ook voor Swaab, die een ingewikkelde tak van wetenschap helder uiteenzet en vanuit zijn vak inzichten biedt in ons menszijn. Zijn wetenschappelijke kennis en de inzichten die hij biedt, zijn zeer verrijkend.
Hun materialistische visie op de mens deel ik echter niet. Hun mensbeeld schiet te kort – in ieder geval voor mij.
Ik geloof dat ik WEL een geest heb.
De materialistische kijk van de zogenaamde ‘harde’ wetenschappen heeft een blinde vlek, omdat zij zich beperkt tot wat tastbaar is. Als je er niet in kunt snijden om het te analyseren, bestaat het niet. Theorie is er alleen om voorspellingen te doen die getoetst moeten worden door experiment en waarneming. Filosofie verliest hierdoor kracht en zeggenschap.
Daarbij komt dat alle natuurstudie vorm krijgt in causaliteitsrelaties. We weten, soms tot in de kleinste details, wat oorzaken en gevolgen zijn en die kunnen we aaneenrijgen tot ketens die de wereld verklaren. Maar dat is het dan ook wel. Om het paradoxaal te formuleren: de natuurwetenschap is een eindeloos veld met een duidelijke grens.
Maar het is de vraag of causaliteit genoeg is om onszelf en onze kosmos te verklaren. Ten eerste kun je je met recht en reden afvragen of causaliteit werkelijk in de wereld bestaat of dat het een relatie is die wij met onze waarneming aan die wereld opleggen. Ten tweede kun je je afvragen of andere vragen dan naar het ‘waardoor-daardoor’ niet net zo belangrijk of misschien wel belangrijker zijn om onszelf en onze wereld te begrijpen, vragen die zoeken naar zingeving en identiteit.
Het eliminativisme is een stroming in de wijsgerige psychologie die het alledaagse praten over de menselijke geest in termen van gevoelens, intenties en verlangens hopeloos verwarrend vindt en het wil vervangen door objectieve termen uit de neurowetenschappen. Het Amerikaanse echtpaar Paul en Patricia Churchland zijn de belangrijkste vertegenwoordigers van het eliminativisme. Zij spreken als volgt met elkaar:
(Patricia komt thuis bij haar man na een zware dag.) “Paul, praat niet tegen me. Mijn serotonineniveau is tot een dieptepunt gedaald, mijn hersenen zitten vol glucocorticoïden, mijn bloedvaten zitten vol adrenaline en als ik geen endogene opiaten had gehad, was ik onderweg naar huis met de auto tegen een boom gereden. Mijn dopaminegehalte moet omhoog. Schenk me een glas chardonnay in.“
Dit lijkt satire, maar zij spreken daadwerkelijk zo. Ze leren hun kinderen wetenschappelijk in de wereld te staan door in wetenschappelijke termen tegen hen te spreken. (Hoe ze hun hond opvoeden heb ik jammer genoeg niet kunnen achterhalen.)
Hun wijze van communiceren toont feilloos aan waarom het uitbannen van de menselijke geest onbevredigend is, want wat overblijft is koud en levenloos.

Neuronen vormen het netwerk waarlangs de chemische en elektrische signalen in ons brein en in ons zenuwstelsel zich verplaatsen. We kunnen zien wat er gebeurt en de kettingreacties in kaart brengen. Wat we niet zien is de INHOUD van deze signalen. En dat is nu juist wat van cruciaal belang is om een mens echt te begrijpen: de INFORMATIE die de persoon in kwestie vormt en definieert, niet als lichaam, maar als geest, en met de term ‘geest’ verwijs ik niet naar het karakter, dat in grote lijnen iets aangeeft over de persoon, maar naar de levende geest die hem voortdurend in al zijn gevoel, handelen en gedachten bepaalt.
Misschien levert mijn aanname van zo’n geest de in de natuurwetenschap zo verafschuwde dualiteit van lichaam en geest op, maar dat neem ik graag voor mijn rekening. Er is niets mis met die dualiteit. De reden dat men hier zo afwijzend tegenover staat, is dat de geest niet materieel aangetoond kan worden – en dus niet zou kunnen bestaan. Maar er is zoveel dat eens niet bestond en nu wel, omdat we de kennis en de technologie ontwikkeld hebben om groter en kleiner te kunnen kijken dan ooit tevoren.
In zijn verhelderende boek ‘Kwantumfysica, informatie en bewustzijn’ stelt Paul van Leeuwen dat de harde wetenschap de illusie van de realiteit ondersteunt. De grote vraagtekens in de natuurkunde zullen blijven bestaan zolang we niet in staat zijn BEWUSTZIJN in onze vergelijkingen te incorporeren.
De geest moet uit de fles.

Hermans en Swaab in Nederland zijn genoegzaam bekend.
Voor een artikel over de Churchlands zie : https://www.newyorker.com/magazine/profiles/2007/02/12/two-heads