
Vroeger, ja, vroeger, in de tijd van de Kaninefaten, toen er nog geesten in bomen woonden die met het bekloppen van de bast gunstig gestemd konden worden – toen had afkloppen nog zin.
Vandaag, in deze tijd van koffiezetapparatenapps en kruisraketten, is het afkloppen een achterhaald ritueel om gevoelige en bijgelovige zielen gerust te stellen als er onverhoopt iets overmoedigs gezegd wordt.
Linda klopt vaak af, heel vaak, zo vaak dat ik voor haar bij de Arnhemse Fijnhouthandel een dun plankje lindehout gekocht heb dat zij altijd bij zich draagt en waarop zij kan afkloppen zodra zij daaraan behoefte heeft.
Linda heeft daar tientallen malen per dag behoefte aan. Ik kan haar dwingen af te kloppen, gewoon door allerlei overmoedige toekomstbeelden te schetsen en te stellen dat eindeloos geluk en onmetelijke voorspoed ons te wachten staan. Zij kan zich niet verzetten tegen de afklopdwang die mijn uitspraken bij haar opwekken en moet mij uiteindelijk smeken te stoppen met het schetsen van rooskleurige toekomstbeelden waarmee ik volgens haar onheil over ons afroep.
Speciaal voor Linda heb ik daarover een tekst geschreven, klankrijk, ritmisch, poëtisch en toch prozaïsch, noem het proëtisch, het is maar hoe je het bekijkt. Ik lees het hier voor haar voor…
Als je de tekst mee wilt lezen, kun je tijdens het luisteren naar beneden scrollen.
BANGVOOR
mijn liefstelinda steevast bangvoor
zij draagt een plankje lindehout
aan een koordje rond haar hals
op haar warme zachte hart
en zeg ik dat iets mee zal vallen
dan haalt zij het tevoorschijn
en klopt af
bangvoor is zij een wolkenkrabber
dat wij daar hoog zitten en beneden ons
zeg twee drie lagen lager
breekt brand uit, de perfecte brand
hulpverleners kunnen slechts
ons raam in stukken blazen
een touw bij ons naar binnen schieten
en daaraan hangend moeten wij dan
tokkeldetokkel
naar beneden
hangend aan onze eigen armen
aan onze eigen broeksriem
van kilometers hoogte naar beneden
als ik dan zeg
wij komen nooit in een wokkenkrabber
nooit geweest, zal nooit gebeuren
dan klopt zij even af
ook bangvoor is zij een uitbarsting
een vulkaanexplosie onder zee
die een allesverslindend diluvium
rond de wereld jagen zal
waarin wij zekerlijk verdrinken
ik zeg
de zondvloed is geweest, mijn liefste
en een tweede zondvloed komt er niet
god zelf heeft het ons beloofd
toch klopt zij even af
het allermeeste bangvoor is mijn linda
een duistere entiteit
in zwarte pij met monnikskap
‘s nachts
naast ons bed
die zich buigt
en alle leven uit haar zuigt
haar leeg slap vel slechts blijft er over
zulk diep duister is niet af te stoppen
met het simpelweg bekloppen
van een stukje lindehout
slechts één doen helpt:
liggen, ineengestrengeld liggen
huid op huid, hart op hart
en houden van zo veel je kan
en stil zo blijven liggen
tot het licht het donker breekt