za. apr 18th, 2026

Dat de economie moet blijven groeien, is een wetmatigheid die je al op de middelbare school leert. Zelfs op de website van de Rijksoverheid is deze mantra terug te vinden. Letterlijk staat daar: “Economische groei stelt ons in staat om te blijven investeren in bijvoorbeeld gezondheidszorg, onderwijs en maatregelen tegen klimaatverandering. Ook zorgt groei voor meer inkomen, zodat we in de toekomst onze welvaart behouden.” Daarnaast is economische groei belangrijk om de staatsschuld onder controle te houden.

En als meer mensen werk hebben, wordt er meer geld uitgegeven en nemen de belastinginkomsten toe. Bovendien is de overheid dan minder geld kwijt aan bijvoorbeeld uitkeringen. Dus ook de groep werkenden moet blijven groeien. En het bedrijfsleven moet blijven groeien, want dat creëert banen. En als die banen niet al te hoge lonen vragen, kunnen we wellicht nog meer banen toevoegen.

Ieorg, idur, ioerg!

Quentin Blake

Ooit heb ik een leuke pocket in mijn bezit gehad, die ik gebruikte om met mijn leerlingen op onalledaagse wijze over alledaagse zaken te spreken: 101 filosofische problemen, van Martin Cohen. Het boek is uit 1999, dus het zal alleen nog tweedehands te krijgen zijn, maar als je het te pakken kunt krijgen: het is interessant materiaal, op toegankelijke wijze gebracht.

In dat boek stonden een aantal hoofdstukjes over het begrip oneindigheid. Daarbij het item ‘Het oneindige hotel’. Je kunt een hotel runnen dat nooit vol komt te zitten. Wat je dan te doen hebt, is voor elke kamer die je verhuurt, onmiddellijk twee kamers bijbouwen (dat duurt nog geen seconde – het materiële bouwen wordt in een gedachte-experiment niet gehinderd door stikstofnormen). Elke huurder vermeerdert de omvang van het hotel – ze kunnen eindeloos en in moordend tempo toestromen, het hotel houdt altijd meer capaciteit dan nodig, want bij elke gast die incheckt, is er een extra kamer bijgebouwd. Als je het voor je wilt zien, neem je een vel ruitjespapier – elk vakje waarvan je de omtrek overtrekt, is een kamer, en elke stip die je daarin zet, is een gast. Stipje? Kamers erbij. Je ziet het hotel groeien – en je kunt je voorstellen wat oneindige groei is: dit houdt nooit op.

Maar ook zie je de beperking. Het papier is eindig, de viltstift raakt leeg en droogt uit. En zelfs als je een pak nieuw papier koopt en een vers etuitje stiften, houdt het een keer op: de arbeid van vierkantjes tekenen en stipjes zetten is te vervreemdend en ontmenselijkend om vol te houden.

Zo is het ook met de fabel van de economische groei.

In het sprookjesland van het gedachte-experiment is oneindige groei mogelijk. In de praktijk van het echte leven op een concrete planeet niet, want

  • de grondstoffen raken op, de aarde raakt uitgeput,
  • de gevolgen van productie en consumptie maken natuur en samenleving kapot en
  • mens en dier gaan eenzaam ten onder in een wereld die niet meer hun thuis is.

Dit ontkennen duidt op domheid of kwade wil – dan kun je óf niet denken, óf je schept genoegen in vernietiging – bijvoorbeeld omdat je er aan verdient.

Laat je niet om de tuin leiden door loze praat over toekomstige technologie die onze problemen op zal lossen. Zelfs als er werkzame technologie ontwikkeld wordt, zal het Jevons-effect[1] onmiddellijk zorgen voor toenemende druk op de beschikbare middelen, waardoor eventuele positieve effecten in rook opgaan. Meer asfalt heeft tot nu toe altijd geleid tot meer files. Het creëren van meer ruimte op de weg leidt tot minder ruimte.

De dogma’s waarop economen hun pleidooien bouwen, doen vermoeden dat de wetenschappelijke standaard van de economie als wetenschap te wensen overlaat. Het is, hoewel er veel met cijfers gegoocheld wordt, geen exacte wetenschap (heel misschien een sociale). Economen bestuderen de keuzes die mensen maken bij schaarste, maar bij de uitwerking blijkt doorgaans een groot gebrek aan toetsbare hypotheses en algemeen geldige wetmatigheden. Economie heeft daarbij al te vaak een politieke ondertoon en staat al te vaak in dienst van het kapitaal. Elke hobbyist die een beetje kan rekenen, kan hetzelfde wat een econoom kan. Geloof een econoom dus niet zomaar op zijn woord.

Zogenaamde altijddurende groei eindigt in een wrede ondergang. Het is een concept om af te zweren.

Justin Gerard

[1] Het Jevons-effect, ook wel de paradox van Jevons genoemd, is het fenomeen dat technologische vooruitgang die de efficiëntie van een hulpbron verhoogt, de totale consumptie van die hulpbron juist kan laten toenemen in plaats van afnemen. Dit gebeurt omdat de verhoogde efficiëntie de hulpbron goedkoper maakt, waardoor er meer van wordt gebruikt. De oorspronkelijke stelling werd in 1865 door William Stanley Jevons geformuleerd toen hij zag dat de efficiëntere stoommachine van James Watt de kolenconsumptie in Engeland juist deed stijgen.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *