Het is nacht. Natuurlijk. Dit soort gebeurtenissen vinden ’s nachts plaats.
Het gebouw staat op een heuvel. Een vervallen betonnen kolos tussen dode bomen. Hier moeten we naar binnen. Hier moet ik van lichaam ruilen. Wij allemaal moeten van lichaam ruilen. Ze gaan mij opensnijden zoals je het strakke plastic om een sixpack opensnijdt: je steekt de punt van het mes erin zodat het plastic knalt en met één scherpe haal open je de verpakking. Zo hebben ze het ons uitgelegd.
Ik wil niet.
Ik moet.
We moeten allemaal. Altijd zo geweest.

“Sommige mensen kunnen niet wennen aan hun nieuwe lichaam”, zegt een van de arbeiders. “Die blijven zich onrustig voelen, opgejaagd, ongelukkig”. “Kun je dan nog terug? Mag dat?”. Hij schudt zijn hoofd. Nee dus. Dat mag niet. “Jij bent jij”, zegt hij.
Ik hoop maar dat ik aan mijn nieuwe lichaam kan wennen.