za. apr 18th, 2026

ik ben de okkelokkemaker
ik maak okkelokke

ik sta in mijn roeiboot
op de stille oceaan
waar de grote leegte heerst
geen vuiltje aan het blauw
geen windje zucht
geen kabbeltje golft
geen gezwem van vissen ook
vlak en roerloos, peilloos diep
spiegelt zich de hemelboog
perfect
een puike plek
voor okkelokke

zijn polsen op zijn rug
met nylon strips gebonden
zijn mond geductapet
zijn enkels strak bijeen
een steenblok aan zijn voeten
zo ligt hij op het zeildoek
dat ik dichtvouw, strak rondom
en met riemen stevig vastsnoer
een luchtgevulde jerrycan
de dop eraf
(onmisbaar attribuut!)
aan het pak gezekerd,
dat is alles, klaar is kees

slechte mensen, dat geloof ik
kunnen goed voor dieren zijn
maar wie slecht is voor een dier
kan onmogelijk goed zijn
en hij hier, in dit pak gesjord
zijn hart is zwart

dus húp, daar gaat hij
overboord
de trog in, diep en donker
rechtstandig
de voeten naar beneen
zinkt hij als een anker
de druk van ’t water
perst de jerrycan ineen
de lucht ontsnapt
een wolk van bellen
stijgt op

ik sta in mijn roerloos bootje
in het midden van de stilte
en vanonder mij, vanuit de diepte
klinkt het
okkelokkelokkelokkke

ik ben de okkelokkemaker
zo maak ik okkelokke

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *