za. apr 18th, 2026

(een retrospectief gedicht)

de snelweg vertraagt
met hun trekkers trekken zij
op naar den haag
de hoeren

zij komen in opstand
zij pikken het niet langer
waarom moeten wij altijd knielen
en onze kop buigen, schreeuwen zij
waarom moeten wij altijd gebukt staan
onder het juk der heren

hun hoerenwoede is groot
en ze zijn met velen, de hoeren
hele families hebben ze medegebracht
hoerenzonen, hoerendochters
hoerenbroers en – zussen
ze krijsen dat het een lust is
ze dansen hun krijgsdans
met beschilderde lijven
met lipstick
op hun hoerensmoelen
dit is het einde
dit doet de deur dicht
hier zijn geen woorden voor
dit is tralala
ze hossen door de straten
ze zwepen zichzelf op
tot hondse hoerendolheid
hun vlaggen waaien blauw wit rood
de vlaggen van de hoerenrepubliek
de vlaggen van de dood
ze breken de klinkers
weg uit de weg
alles kan een wapen zijn
op naar het torentje!
op naar het paleis!
dat de valbijl suize!

maar dan
stuiten zij op een blokkade
van zwart met gele wapenrokken
helmen, pantser, zware laarzen
rieten schilden, wapenstokken
en het kordon stokt – zij staan en wachten
in veel te korte rokjes, rijgcorsetten
hoge hakken, bodycons
zij staan en wachten op het teken
van mata hoeri
hun madam

de stilte dreigt
en in die dreiging zonder geluid
horen zij het gulzig klokken
de molotovcocktails schenkt zij uit
en de strijd ontbrandt
een ongelijke strijd
de snollen sneven
onder het geweld der bullenpezen
hun lijven dampen in de goot
– vandaag gaan alle hoeren dood.

begrip, excuses, eerherstel
het kwam pas vele jaren later
toen twee meesters uit het hoerengilde
te weten de vishoer en de groentehoer
kwamen met dit lumineus idee:
zeg nooit meer hoer, zeg prostuee

(respect man, daar draait het om)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *