za. apr 18th, 2026

Ik lees regelmatig gedichten. Hendrik Marsman, Gerrit Achterberg, Ida Gerhardt en Gerrit Komrij kies ik op dit moment maar even als mijn favorieten. Van de vijftigers kan ik Gerrit Kouwenaar en Lucebert waarderen – van beide heb ik verzamelbundels en ik kan daarin moeiteloos een flink aantal ijzersterke gedichten aanwijzen. Mijn smaak echter neigt eerder naar klassiek dan naar modern. Liever Leopold en der Mouw, dan Pfeiffer en Van Binsbergen.
Anderstalige dichters vind ik soms heel goed, maar hoewel ik goed Engels, Frans en Duits kan lezen, blijft poƫzie lastig op waarde te schatten als ze niet in je moedertaal geschreven is. Toch lees en herlees ik met liefde het verzameld werk van Dylan Thomas en Walt Whitman, ondanks de twijfel aan mijn eigen vaardigheid.

Ik weet dat klank en ritme heel belangrijk zijn voor mij. De Homerusvertaling van Dr. Aegidius W. Timmerman boeit mij eindeloos, alleen al door dat aangrijpende on-Nederlandse metrum. Waarschijnlijk dat ik daarom in eerste instantie voor vormvaste dichters kies, die klank en ritme moeten samenvoegen met betekenis. Als die drie ineenvloeien, ontstaat er een uitgelezen gedicht.

‘Wie is je favoriete dichter?’
is vraag 14 van de Proust-vragenlijst

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *