za. apr 18th, 2026

Ik wil naar huis om te slapen. Het is al nacht. Maar de stadspoort is gesloten. Ik kan niet naar binnen. Niemand reageert op mijn roepen en bonzen. Ik volg de muur. Alle poorten zijn dicht. Ik ga het kerkhof op en verschuil me tussen de tomben en de zerken, op zoek naar beschutting voor de nacht. In een van de tomben branden lantaarns. Daar ga ik naar binnen.

Half slapend lig ik in een hoek tegen de muur. Dan hoor ik stemmen. Ik verstop me. Drie mannen komen de tombe binnen. Ze openen een graf door de sluitsteen uit de muur te breken en plaatsen een langwerpige kist in de opening. Dan sluiten ze deze weer af met de steen. Ze vertrekken. Ze hebben geen woord gesproken.

Wat hebben ze in het graf verborgen? Ik verwijder de steen en trek de langwerpige kist naar buiten. Ik breek de deksel open. Er liggen twee zwarte kinderen in, onder een wit lijnwaad. Koningskinderen zijn het. Een zwart prinsje en een kleine zwarte prinses.

Ik dek ze weer toe en sluit de kist. Ik verberg hem weer in het graf in de muur. Morgen bij het eerste licht zal ik de kist de stad binnen slepen. Ik moet een plan bedenken om de kinderen langs de poortwachters zien te krijgen. Bij het flakkerend kaarslicht wacht ik de dag af.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *